Een school op Tongeren

Het begon in 1861 op Welna, het landgoed ten westen van Tongeren, waarvan professor Buys Ballot eigenaar was. Buys Ballot was hoogleraar in Utrecht en directeur van het KNMI, dat hij in 1855 had opgericht. Begin 1861 schreef de heer Kroon, inspecteur van het lager onderwijs in Gelderland, hem over “de maatregelen die aan de oprichting eener school in de nabijheid van Tongeren en Welna bevorderlijk konden zijn”.

De dichtstbijzijnde school was in Epe, waar wel kinderen uit Tongeren naar toegingen, maar van geregeld schoolbezoek was geen sprake. Zij moesten die hele afstand lopen, wat vooral in de winter geen pretje was. In de zomer werden veel kinderen thuis gehouden om koeien of schapen te hoeden en op het land te werken.

Het landgoed Tongeren (zie historie) werd beheerd door Charles le Chevalier. Hij was getrouwd met Anna van Heurn, weduwe van Jan Hendrik Rauwenhoff, met wie zij vier kinderen had gekregen: Nicolaas, Willem, Anna en Frans. Le Chevalier sprak nooit van stiefkinderen; hij beschouwde het viertal als zijn eigen kinderen.

Dochter Anna spoorde de boeren en arbeiders aan om hun kinderen regelmatig naar school te laten gaan. Een school op Welna zou er zeker toe bijdragen dat de kinderen minder verzuimden. Buys Ballot sprak Le Chevalier niet geregeld, maar had in Utrecht wel contact met diens zoon Nicolaas. Aan hem vroeg hij het voorstel van de heer Kroon met zijn vader te bespreken. Het resultaat was dat Nicolaas een verzoekschrift aan de gemeente opstelde, door beide landgoedeigenaren ondertekend,“……dat vanwege de gemeente worde opgericht eene openbare school te Welna, met een hulponderwijzer aan het hoofd, overeenkomstig art. 20 van de wet op het L.O. van 15 Aug. 1857….”. Er werd een schoollokaal beschikbaar gesteld en beide landgoedeigenaren zouden bijdragen aan de bezoldiging van de onderwijzer. Het verzoek werd afgewezen, waarna Buys Ballot er niet voor voelde om door te gaan. Le Chevalier legde zich er niet zo maar bij neer al duurde het enkele jaren alvorens verdere actie werd ondernomen.

Op 22 juli 1867 schreef Nicolaas een brief aan de burgemeester van Epe waarin hij verwees naar het afgewezen verzoek van 1861 en eindigde met “Mijn Vader heeft daarom besloten om zelf eene school te stichten voor de bewoners van Tongeren en de goederen van de Heer Buys Ballot”.Op 2 augustus 1868, de verjaardag van Anna, werd de school geopend. Het gebouwtje bestond uit twee gelijke delen; een deel was leslokaal en het andere de meesterswoning. Frans Rauwenhoff, die evenals zijn zuster en broers de oprichting vol overgave had bepleit, was er helaas niet bij. Hij was op 22 december 1867 overleden. Te zijner nagedachtenis is in 1984 een gedenksteen, afkomstig van het grafmonument te Rotterdam, in de muur van de school gemetseld.

Uit 60 sollicitanten was als hoofdonderwijzer gekozen de 23-jarige B.H.Wesseldijk, die voorheen hulponderwijzer aan de openbare school in Doetinchem was geweest. Met een school op Tongeren zou het afgelopen moeten zijn met het schoolverzuim, maar ouders probeerden nog steeds hun kinderen thuis te houden voor werk in huis en op het land. Niettemin bleven Le Chevalier en Anna druk uitoefenen op de ouders en Le Chevalier dreigde nu en dan om “maatregelen te nemen die hun onaangenaam kunnen zijn” Zij wisten te bereiken dat het schoolverzuim binnen de perken bleef.

Meester Wesseldijk was zijn tijd ver vooruit. Uit de strekking van zijn verslagen en de rapporteringen van de inspecteurs kan dat worden bevestigd. Het ging hem erom jonge mensen af te leveren, die vooral praktisch zouden zijn uitgerust voor hun verdere leven. Hij boeide bij de geschiedenislessen door er gebeurtenissen uit die tijd doorheen te weven en de aardrijkskundelessen kwamen tot leven door de reizen die hij met de kinderen maakte op de kaart. Wanneer bij een leesoefening moeilijke woorden voorkwamen vroeg hij de kinderen er een woord in het dialect voor in de plaats te zetten, om zeker te zijn dat ze het begrepen.Maar het hoogst aangeschreven stond het hoofdrekenen, met vooral sommen uit de praktijk van het boerenbedrijf of de markt. Hij leerde de kinderen kneepjes waardoor ze een snelheid konden ontwikkelen, waartegen menig volwassene het moest afleggen. Meester Wesseldijk heeft geen afscheid van de school kunnen nemen. Op 2 augustus 1908 werd zijn 40-jarig jubileum gevierd, maar voor hij dat jaar met pensioen zou gaan overleed hij op 15 december.

Na het overlijden van Le Chevalier in 1881 maakten zijn erfgenamen zich zorgen over het voortbestaan van de school. Om dit te verzekeren werd de school op 17 september 1893 ondergebracht in de Le Chevalier’s Stichting.

De opvolger van meester Wesseldijk werd de heer D. Hendriks uit Holsloot in Drenthe. Hij begon in een verbouwde school met twee leslokalen en een afzonderlijke onderwijzers- woning. Ook meester Hendriks bleek uitstekend op zijn plaats op deze school. Zijn voorganger had naam gemaakt met hoofdrekenen, van hem kan direct de plantkunde worden genoemd, zijn liefde voor de natuur en belangstelling voor land- en tuinbouw.Hij vond lezen erg belangrijk en richtte een bibliotheek in met enkele honderden boeken.

Na schooltijd was Hendriks ook actief. Zo was er nog steeds de door zijn voorganger gehouden Avondschool of Herhalingsles. Evenals meester Wesseldijk streefde hij ernaar in deze avonduren de jonge mensen zoveel mogelijk voor te bereiden op de maatschappij. Hij schreef toneelstukken, dirigeerde jarenlang het koor van de Grote Kerk en was vele jaren voorzitter van de Vereniging voor Volksonderwijs. Meester Hendriks ging in december 1941 met pensioen en werd opgevolgd door de heer G. Kuijlenburg uit Amsterdam.

Meester Kuijlenburg was nooit in de gelegenheid geweest om aan zijn ideeën over de manier van lesgeven en “schoolhouden” gestalte te geven. Op de Tongerense school lag de kans om iets aan zijn ideaal te gaan doen. Daltoniserend persoonlijkheidsonderwijs noemde hij de methode die hij volgde. Mevrouw Kuijlenburg was actief betrokken bij het schoolleven. Zij gaf zangles, ’s ochtends voor schooltijd blokfluitles en na de tweede wereldoorlog schreef zij jaarlijks een toneelstuk dat betrekking had op de meisjes en jongens die de school gingen verlaten. De oorlog was ook voor de school een moeilijke tijd en het echtpaar Kuijlenburg evenals hun voorgangers Hendriks speelden een rol bij het opvangen van onderduikers.

In 1951 werden plannen gemaakt voor een nieuwe school, die op 30 juni 1953 werd geopend door burgemeester Diepenhorst. Meester Kuijlenburg had een aanzienlijke bijdrage geleverd aan het meedenken over de indeling en inrichting van deze unieke school. Niet lang daarna wilde hij nog een nieuwe uitdaging aangaan en elders solliciteren. Op 16 juli 1955 verliet hij de school om de leiding op zich te nemen van een nieuwe openbare lagere school in Maarssen.

Na het vertrek van de heer Kuijlenburg werd de heer G.D. van der Werff, die al twee jaar als onderwijzer had gewerkt, hoofd der school. Hij vervolgde het Daltononderwijs, maar nam na vierjaar afscheid. De volgende vijftien jaar zou de heer Poppema leiding geven aan de school, daarbij een klassikale aanpak volgend. In juli 1974 nam de heer J.H. van Elten de leiding over en begon geleidelijk aan weer naar de Daltonprincipes toe te werken. In 1983 werd toestemming verkregen om een kleuterklas te beginnen waarmee in feite werd vooruitgelopen op de basisschool, de lagere school van de toekomst voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Al jarenlang kwam het merendeel van de kinderen niet meer uit Tongeren, maar uit Nieuw Tongeren, Wissel en Epe. Het werd steeds moeilijker om te voldoen aan de eis die door het ministerie voor onderwijs werd gesteld aan het minimum aantal leerlingen. Uiteindelijk moest het bestuur in de zomer van 1996 de beslissing nemen om na 128 jaar de Tongerense school te sluiten.

Het schoolgebouw, dat nadien eigendom werd van de B.V.Landgoed Tongeren, vormt nu de basis van de Stichting Intraverte, die o.a. actief is op het gebied van kinderbegeleiding, onderwijs, financiële dienstverlening en reïntegratie.